Familie

Kom jij uit een groot gezin?
- Mijn ouders hebben zes kinderen. Ik heb drie broers en twee zusters.
Woont jouw familie ook in Nederland?
- Alleen mijn jongste zus. Zij is getrouwd met een Nederlander.
Daardoor kent ze beter Nederlands dan ik. Ze hebben drie kinderen, twee jongens en een meisje. Maar de rest van mijn familie woont niet in Nederland.
Ga je vaak bij je zus op bezoek?
- Ja, ik help haar regelmatig met de kinderen. Zij heft het erg druk, want ze werkt vier dagen per week.
Leven je beide ouders nog?
- Gelukkig wel. Ze zijn nog gezond en flink, ze zorgen voor zichzelf.
Maar onlangs zijn ze wel gestopt met werken. Mijn vader had een klein bedrijf waar ze kleding maken. Hij heeft het bedrijf verkocht. Nu zijn ze van plan spoedig naar Nederland te komen voor een vakantie. Ik hoop dat ze een paar weken blijven. Ik heb ze al zo lang niet gezien.
En heb je nog grootouders?
- Die zijn helaas gestorven toen ik klein was. Ik heb ze nauwelijks gekend. Dt vind ik jammer. Grootouders spelen een belangrijke rol in de familie, althans in onze cultuur. Iedereen houdt rekening met hun ideeën en opvattingen. Zij hebben veel gezag, net als de ouders. Die kunnen zelfs bepalen met wie je moet trouwen. Kun je je dat voorstellen? Of vind je het een slechte zaak dat de ouders over zulke zaken beslissen?
Wat is jouw mening hierover?

Nieuwe woorden - Шинэ үгийн жагсаалт

ouders parents эцэг эх, аав ээж
broers brothers ах нар
zusters sisters эгч нар
jongste youngest хамгийн бага
zus (de) sister эмэгтэй дүү (эгч)
jongens boys хөвгүүд
rest (de) rest бусад
help help туслах
regelmatig often ихэвчлэн, ихэнхдээ
leven alive амьд сэрүүн
beide both хоёул
gelukkig fortunately аз болоход
gezond healthy эрүүл энх
     
flink fit сайн, эрүүл саруул
zorgen (voor) look after халамжлах, асрах
zichzelf themselves өөрсдийгөө
onlangs not long ago саяхан
gestopt stopped зогссон, больсон
vader (de) father аав
bedrijf (het) business бизнес, компани
kleding (de) clothes хувцас
verkocht sold зарсан
spoedig soon удалгүй, удахгүй
hoop hope найдаж байна, найдах
ze them тэднийг
gezien seen улзах, харах
grootouders grandparents өвөө, эмээ
     
helaas unfortunately харамсалтай нь
gestorven died нас барсан
toen when үед
gekend known мэддэг
jammer a pity харамсалтай
spelen (- een rol) play (- a part) (үүрэг) гүйцэтгэдэг
belangrijke important чухал
rol (de) part, role үүрэг
althans at least ядаж
cultuur (de) culture соёл
houdt rekening (met) takes into account баримталдаг, (үзэл, бодлоо) хадгалдаг
     
ideeёn ideas санаа
opvattingen views үзэл бодол
gezag (het) authority эрх мэдэл
bepalen determine онцлох, тогтоох, товлох
     
trouwen marry гэрлэх
voorstellen (kun je je -?) imagine (can you?) төсөөлөх (төсөөлж чадах уу?)
slechte bad муу
zaak (de) thing зүйл
zulke such тийм
zaken matters хэрэг, зүйлс
beslissen decide шийдэх
mening (de) opinion санаа бодол
hierover about this үүний талаар

Oefening. Familie
Kom jij uit een ______ gezin?
- Mijn ouders hebben zes kinderen. Ik ______ drie broers en twee zusters.
Woont jouw ______ ook in Nederland?
- Alleen mijn jongste zus. ______ is getrouwd met een Nederlander.
Daardoor kent ______ beter Nederlands dan ik. Ze hebben drie ______, twee jongens en een meisje. Maar de ______ van mijn familie woont niet in Nederland.
______ je vaak bij je zus op bezoek?
- ______, ik help haar regelmatig met de kinderen. ______ heft het erg druk, want ze werkt ______ dagen per week.
Leven je beide ouders ______?
- Gelukkig wel. Ze zijn nog gezond en ______, ze zorgen voor zichzelf.
Maar onlangs zijn ______ wel gestopt met werken. Mijn vader had ______ klein bedrijf waar ze kleding maken. Hij ______ het bedrijf verkocht. Nu zijn ze van ______ spoedig naar Nederland te komen voor een ______. Ik hoop dat ze een paar weken ______. Ik heb ze al zo lang niet ______.
En heb je nog grootouders?
- Die zijn ______ gestorven toen ik klein was. Ik heb ______ nauwelijks gekend. Dt vind ik jammer. Grootouders ______ een belangrijke rol in de familie, althans ______ onze cultuur. Iedereen houdt rekening met hun ______ en opvattingen. Zij hebben veel gezag, net ______ de ouders. Die kunnen zelfs bepalen met ______ je moet trouwen. Kun je je dat ______? Of vind je het een slechte zaak ______ de ouders over zulke zaken beslissen?
Wat ______ jouw mening hierover?

Grammatica
Mijn ouders hebben drie kinderen: Jan, Wim en Marlies. Jan is hun oudste kind en Marlies hun jongste. Ik ben Wim. Ik ben dus jonger dan Jan, maar ouder dan Marlies. Ik heb maar één zus. Ik had liever meer zussen gehad. Mijn vader had het liefst alleen dochters gehad.